VanLien

NL | FR Documentatie      Nieuws      Contact 


Home 
Bedrijf 
Producten 
Aanpak 
Wet & norm 
Dealers 
 


Regelgeving en normering
Bouwwetgeving: KB 31.12.1997


Dit KB schrijft noodverlichting voor in gebouwen voor zowel nieuwbouw en/of verbouwing, waarvan de aanvraag is ingediend na 01.01.1998.
Dit KB geldt niet voor industriegebouwen, gebouwen bestaande uit maximaal 2 bouwlagen en gebouwen met een totale oppervlakte kleiner of gelijk aan 100 m 2 en eengezinswoningen.

Het KB maakt onderscheid tussen veiligheidsverlichting en noodverlichting.
Noodverlichting of stand-by verlichting wordt hierin omschreven als een kunstmatige verlichting, die bij het uitvallen van de reguliere kunstmatige verlichting, het mogelijk maakt bepaalde activiteiten op sommige plaatsen van het gebouw voort te zetten.
Veiligheidsverlichting is dan een kunstmatige verlichting, die bij het uitvallen van de gewone kunstmatige verlichting, de personen toelaat een veilige plaats en de uitgangen van het gebouw te bereiken.

Voor de technische en functionele eisen verwijst het KB naar volgende normen:

• NBN L 13-005
Veiligheidsverlichting in gebouwen.
Fotometrische en colorimetrische voorschriften.

• C 71-598-2-22

De productstandaard voor veiligheidsverlichting.

• C 71-100

Installatieregels, inspectie instructies en onderhoud.

In de praktijk ziet de brandweer toe op de naleving van de toepassing van dit KB.

 

Wetgeving voor de veiligheid van de arbeidsplaatsen


1. Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) Art 63 bis schrijft veiligheidsverlichting voor in inrichtingen waar gewoonlijk meer dan 100 mensen aanwezig zijn met het oog op een mogelijk noodzakelijke ontruiming indien de reguliere kunstverlichting uitvalt.

2. De Europese Richtlijn 89/654/EEG: Minimum-voorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen. Deze Europese richtlijn bepaalt nadrukkelijk dat arbeidsplaatsen in het alge-meen afdoende beveiligd dienen te zijn. Veiligheids-verlichting geldt hierbij als een noodzakelijke voorziening. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor arbeidsplaatsen met relatieve grotere risico’s. Dit laatste is vooral van toepassing in de industrie.

De werkgever draagt hier de verantwoordelijkheid voor de naleving van de voorschriften.

Veiligheidsverlichting: Toepassingen


Volgens EN 1838, verlichtingseisen veiligheidsverlichting, kunnen de volgende toepassingen worden onderscheiden:

Veiligheids-evacuatieverlichting is kunstmatige verlichting die mensen in staat moet stellen, indien nodig, op een veilige wijze een ruimte te verlaten. Veiligheidsevacuatieverlichting kan onderscheiden worden in vluchtwegverlichting en vluchtwegsignalering.

Vluchtwegverlichting verlicht de vluchtweg, die wordt aangeduid met vluchtwegsignalering.

Bij vluchtwegsignalering is er sprake van verlichte vluchtwegaanduidingen. De aanduidingen of pictogrammen voor richting naar (nood)uitgang staan voorgeschreven in NBN L 13-005. Vorm, afmetingen en kleur (witte pictogrammen op groene ondergrond) zijn bepaald.
Dit is tevens in lijn met de Europese Richtlijn 92/58 minimum voorschriften veiligheids-en gezondheidssignalering op het werk.

Intensiteit en contrast van de verlichte pictogrammen zijn in de NBN L 13-005 en EN 1838 opgenomen.

Verlichtingseisen veiligheidsverlichting


Volgens NBN L 13-005 dient de horizontale verlichtingssterkte van de evacuatieverlichting mini-maal 1 lux te bedragen langs de as van de vluchtweg. Deze minimale waarde dient gedurende de volledige autonomieduur aangehouden te worden.

Op plaatsen van de vluchtweg waar een gevaarlijke toestand bestaat, bedraagt de minimale horizontale verlichtingssterkte 5 lux. Als gevaarlijke plaatsen worden geciteerd: een richtingverandering, een kruising, een overgang naar trappen, onvoorziene hoogteverschillen in het loopvlak.

Op alle plaatsen waar een gevaarlijke toestand kan ontstaan uit hoofde van de normale activiteit dient eveneens een minimale horizontale verlichtingssterkte aanwezig te zijn van 15 lux en dit tijdens de duur van het mogelijke gevaar.

De Europese norm EN 1838, ‘Verlichtingseisen voor noodverlichting’, beoogt standaardisatie en harmonisatie van regelgeving voor noodverlichting binnen de Europese Gemeenschap.

In aanvulling op de verlichtingsnormen, die voorkomen in de NBN L 13-005 schrijft EN 1838 minimaal 0,5 lux voor als antipaniekverlichting in open ruimtes en verzamelplaatsen.
Voor werkplekken met een verhoogd risico is bij netuitval meer dan 10% van de reguliere verlichting, met een ondergrens van 15 lux, als noodverlichting vereist.

Naast vluchtwegen en (nood)uitgangen omvat een noodevacuatieplan andere noodvoorzieningen, die bij netuitval verlicht dienen te zijn. In het algemeen bepaalt EN 1838 dat voor de volgende punten van het noodverlichtingsplan specifieke aandacht vereist is:

  • iedere uitgang, die als nooduitgang aangemerkt is.
  • een zodanige verlichting van een trap, zodat iedere traptrede direct wordt aangelicht
  • iedere niveauverandering van de vloer
  • de verlichting van nooduitgangen en vluchtweg-signalering
  • iedere verandering van richting
  • iedere kruising of splitsing van gangen

Voor de volgende punten geldt een verlichtingssterkte > 5 lux

  • elke Eerste-Hulp locatie
  • iedere plek waar brandbestrijdingsmiddelen zijn aangebracht